Lutherse Kerk
Bätz-orgel
Op 2 september 1762 leverde Johann Heinrich Hartmann Bätz (1709-1770) één van zijn grootste levenswerken af, een instrument bestaande uit 3 klavieren, zelfstandig pedaal en 39 stemmen. Zijn zoon Jonathan Bätz bracht in 1837 een aantal dispositiewijzingen aan, terwijl Johann Frederik Witte het orgel in 1891 een opknapbeurt gaf, waarbij o.a. de frontpijpen werden vervangen.
In 1921 werd door A. Bik een zwelwerktoegevoegd, bespeelbaar vanaf het derde klavier, waarbij het werk van Bätz grotendeels onaangetast bleef. In 1948 bracht A. Bik nog enkele dispositie-wijzigingen aan. Flentrop Orgelbouw B.V. is thans bezig een gefaseerde restauratie uit te voeren, waarvan de eerste fase in 1985 begon en de laatste fase in oktober 2007 zal zijn voltooid.
Italiaans orgel
Tegenover het grote Bätz-orgel is een voor deze streken uniek historisch Italiaans orgeltje geplaatst. Bouwer en bouwjaar zijn onbekend, maar de uiterlijke vormgeving duidt op een herkomst uit Zuid-Italië (Napels), midden 18e eeuw. Het orgel kwam in 1985 in bezit van het Koninklijk Conservatorium te Den Haag en werd in 1992 in deze kerk geplaatst.
Titulair organist: Aart Bergwerff >>>