woensdag 23 april 2014, Gotische Zaal

woensdag 7 mei 2014, Kloosterkerk

zaterdag 10 mei 2014, St. Jacobuskerk

Meer concerten »

Volgende foto

Grote Kerk Den Haag

orgel Grote Kerk 

Op deze pagina vindt u informatie over het Metzler orgel van de Grote Kerk.
En de geschiedenis van orgels in deze kerk.

Klik hier voor een Fotoreportage >>>

Bekijk hier de Dispositie >>>

Beluister hier een geluidsfragment van dit orgel (Mathias Werkmann: Fantasia in d - Ben van oosten)

Titulair organist: Ben van Oosten >>>

infoblad Grote kerk (PDF) >>>

Het orgel van de Grote Kerk Den Haag

Het orgel van de Grote Kerk is gebouwd door de Zwitserse orgelbouwer Oskar Metzler & Sohn uit Dietikon-Zürich en werd op 10 november 1971 in gebruik genomen door Adriaan Engels, toenmalig organist van de kerk, en zijn opvolger Wim van Beek.
Het orgel heeft 50 registers, verdeeld over drie klavieren: hoofdwerk (15 stemmen), rugwerk (12 stemmen), borstwerk (11 stemmen) en pedaal (12 stemmen). Het orgel heeft sleepladen en is voorzien van een volledig mechanische toets en registertractuur. Front en kas zijn uitgevoerd in Eiken.

In het door Bernard Edskes ontworpen front staan de pijpen van de Principal 16' van het hoofdwerk en, in de beide zijtorens, de Principal 32' van het pedaal. Ook zijn twee van de totaal 11 tongwerken als Chamade (8' en 4') uitgevoerd en steken dus horizontaal de kerk in.

In de zomer van 2011 onderging het orgel een algehele revisie door de firma Metzler, waarbij windladen en pijpwerk zijn gereinigd, toets- en registermechaniek opnieuw werden afgeregeld en noodzakelijke reparaties zijn verricht. Ook zijn enkele intonatie-oneffenheden weggenomen.

In 2011 is het 40 jaar geleden dat dit orgel werd opgeleverd, het 'Internationaal Orgelfestival Grote Kerk 2011', dat van 20 t/m 27 augustus door de Stichting Orgelconcerten Grote Kerk Den Haag wordt georganiseerd, zal daarom in het teken staan van deze verjaardag.

Orgelgeschiedenis Grote Kerk

De geschiedenis van de orgels in de Grote kerk van Den Haag gaat al terug naar het begin van de 16e eeuw. In 1518 wordt er al gesproken over een orgel in de Grote Kerk, dat als voorbeeld zou kunnen dienen voor een nieuw orgel in Gorinchem. Over de bouwer en het bouwjaar van dit orgel zijn geen gegevens bekend. Het orgel moet toen echter al niet nieuw zijn geweest want reeds in 1549 vervaardigt Cornelis Gerritsz een nieuw hoofdorgel voor de Haagse Grote Kerk.
De kerk bezat toen al meerdere orgels, want in 1559 is er sprake van werkzaamheden aan het 'kleine orgel' in de kerk door Pieter Jansz de Swart.

Het orgel van Cornelis Gerritsz heeft het niet heel lang uitgehouden. In 1626 bouwen vader Galtus en zoon Germer van Hagerbeer een nieuw hoofdorgel in de Grote Kerk. Het is een orgel met 23 stemmen, verdeeld over twee klavieren. Het pedaal is (waarschijnlijk) aangehangen aan het hoofdwerk.
De uitstekende reputatie die Van Hagerbeer had verkregen door de ingrijpende verbouwing van het orgel in Nijkerk in 1625 werd door de bouw van het nieuwe orgel in de Grote Kerk in Den Haag nog vergroot. Zozeer zelfs dat vele belangrijke nieuwe opdrachten volgden (Harderwijk, Grote Kerk, 1632; Haarlem, Grote Kerk, 1633; 's-Hertogenbosch, St. Jan, 1634; Leiden, Hooglandse Kerk, 1638; Amersfoort, 1638; Gouda, St. Jan, 1638; s-Gravenhage, Hofkapel, 1641; Utrecht, Dom, 1642; Leiden, Pieterskerk, 1643; Arnhem, Grote Kerk, 1645).

Ook het kleine orgel nemen vader en zoon Hagerbeer onder handen (in 1637). Overigens zal veel van het pijpwerk van dit kleine orgel gebruikt worden voor het nieuwe orgel dat Stephanus Cousijns in 1680 voor de Kloosterkerk zal bouwen.

Het hoofdorgel wordt in 1719/1722 door Johannes Duyschot voorzien van een vrij pedaal met 4 stemmen. Daarna volgt in 1766/1768 opnieuw een uitbreiding door de orgelbouwer Gerard Steeven. Er worden enkele registers toegevoegd alsmede een bovenwerk met 6 stemmen, zodat er dus sprake is van een drie-klaviers orgel met vrij pedaal van totaal 35 (of 36) registers. De oorspronkelijke 8' basis van het orgel is dan uitgebreid tot een 16' basis (Prestant 16' in het hoofdwerk en een Subbas 32' in het pedaal).

De Haagse orgelbouwer Joachim Reichner brengt in 1794 nog enkele wijzigingen in de dispositie van het orgel aan. Vanaf 1852 verzorgt de fa. Kam & van der Meulen het onderhoud aan het orgel. Zij komen al direct met een rapport over de slechte toestand waarin het orgel zich bevindt. Negen jaar later volgt opnieuw een rapport dat opnieuw de ondeugdelijke situatie benadrukt.
Na het overlijden van Kam komt de fa. Bätz (J.F.Witte) met eveneens een rapport over de gebrekkige en onhoudbare staat van het orgel. Diverse financiële acties leiden niet tot afdoende herstel van het orgel (wel tot vervanging van het orgel van de Kloosterkerk en dat van de Nieuwe Kerk!), al wordt wel de toetstractuur schoon gemaakt en waar nodig vernieuwd.

In de volgende jaren worden nog meerdere rapporten opgemaakt die alle aangeven dat reparatie feitelijk niet meer mogelijk is. Uiteindelijk wordt het orgel buiten gebruik gesteld en in een openbare verkoping van de hand gedaan. De opbrengst is bestemd voor een nieuw orgel. De gemeentezang wordt tijdelijk begeleid door een 'seraphine-orgel' (=harmonium).

In de jaren 1880/1882 volgt, na de nodige ontwerpen en onderhandelingen, de bouw van een nieuw groot orgel door Joh. Frederik Witte (fa. Bätz & Co.). Dit instrument is zijn 'opus magnum' met 55 stemmen, verdeeld over drie klavieren en pedaal. Het is een mechanisch sleeplade-orgel, voorzien van een vrijstaande speeltafel met verschillende speelhulpen en een 'Barkermachine' (Witte was hierbij geïnspireerd door de Parijse orgelbouwer Aristide Cavaillé-Coll). Het ontwerp van het front met de orgelkas komt van de tekentafel van de bekende architect Pierre J.H. Cuypers, die o.a. ook de ontwerpen maakte voor het Rijksmuseum en het Centraal Station in Amsterdam. Zijn atelier tekent ook voor de vervaardiging van de orgelkas inclusief de ornamentiek.
Het orgel wordt geëxamineerd door de organisten W.F.G. Nicolaï en Samuel de Lange Jr., die ook het inwijdingsconcert verzorgen. De eerste kerkdienst waarin het orgel de gemeentezang begeleidt is op 23 april 1882.

Het orgel wordt aanvankelijk onderhouden door de fa. Bätz & Co., rond 1902 vervangen door G. Split, die op zijn beurt weer vervangen wordt door G. van Leeuwen. Het kerkelijk huwelijk van de jonge koningin Wilhelmina met Hendrik van Mecklenburg zorgt nog voor de nodige zorgen en reparatie van het orgel als gevolg van het extra en 'bovenmatig stoken' van de speciaal aangebrachte kachels in de kerk.

In de loop van de jaren wordt er heel wat aan het orgel gewerkt, maar ook veranderd en uitgebreid, mede onder invloed van de diverse vaste bespelers van het orgel maar ook als gevolg van nieuwe technische mogelijkheden. Zo wordt in 1920 een elektrische windmotor geplaatst en wordt in 1924 de pedaaltractuur gepneumatiseerd.

De restauratie van de toren (in 1953) en de kerk (aangevangen in 1959), hebben ook gevolgen voor het orgel. Zo moeten de oorspronkelijke magazijnbalgen uit de torenruimte verdwijnen. Ingrijpender zijn de gewijzigde inzichten m.b.t. de artistieke en architectonische waarde van het Witte-orgel. Een bij de overheid aangevraagde subsidie voor restauratie van het orgel wordt om deze reden geweigerd (!)

In 1961 ontstaan de eerste plannen voor een nieuw orgel. Financiering daarvan zal echter het grootste probleem worden. De in 1967 opgerichte 'Stichting Orgel Grote Kerk' zet zich echter in om dit probleem opgelost te krijgen.
In datzelfde jaar wordt het Witte-orgel verkocht aan de fa. Verschueren, die het orgel in 1968 demonteert. De onderdelen vinden hun bestemming in verschillende kerken.

In 1971 vindt, zoals reeds vermeld, de oplevering plaats van een nieuw orgel door de Zwitserse orgelbouwer Oskar Metzler & Sohn.
In een later stadium zal nog dieper worden ingegaan over het ontstaan van dit orgel.

HB/16/08/2011

Bronnen:
- Aart de Kort: website 'Orgels in Den Haag' 
(home.planet.nl/~kort0158/orgels_in_den_haag.html);
- Hernam de Kler: 'Zeven eeuwen orgels in Den Haag'  
(Repro-Holland, 1987)
- Teus den Toom: 'De orgelmakers Witte' (Groen, 1997)
- Hans van Nieuwkoop e.a.: Encyclopedie 'Het Historische Orgel in Nederland' (NIvO, 1997)